Grondbewerking

Wij lopen/werken/vertoeven het gehele jaar in de tuin. Wij trappen de grond zo dicht dat het zuurstofgehalte beperkt is, het vocht niet weg kan en de structuur langzaamaan naar de knoppen gaat. In de natuur wordt niet intensief met de bodem omgegaan en heeft daardoor een veel groter herstellend vermogen.

 

Uit bovenstaande komen de volgende adviezen voort: 

Advies 1: Spaar uw grond door deze zo min mogelijk te betreden en teeltbedden te maken. Elke trede betekent een verdichting. Hoe los je dit in de praktijk op? 

Door planken te gebruiken of door teelbedden aan te maken die je bewerkt vanaf de met houtsnippers gevulde paadjes. Gerard van Mierlo en Jeroen Berendsen (tuin 36) hebben dit fraai in praktijk gebracht. Het in stand houden van de bovenste teeltlaag is enorm belangrijk zoals reeds aangegeven. Echter de teeltlaag kan in onze situatie toch dicht geslibt zijn. 

 

De grond openbreken met een woelvork of grelinette is dan de oplossing. 

De aanschaf van een woelvork is niet goedkoop (± € 100). De voordelen van een woelvork zijn evident. Een nieuw ecologisch en ergonomisch gereedschap om de grond te bewerken, gebaseerd op een eeuwenoud principe. Met deze woelriek kun je de grond verluchten en verkruimelen zonder deze om te spitten en zo het microbiologisch leven te vrijwaren.

Dankzij deze woelvork bespaar je jezelf rugpijn. Ook niet geheel onbelangrijk. Je kan praktisch rechtop werken, hoeft de rug niet te buigen en het is minder zwaar.

De vraag is nog of in onze klei een drie- of vijftands woelvork dient te worden aangeschaft. Adri Kivits (tuin 11) heeft gekozen voor een drietands. De werkbreedte is dan natuurlijk wat minder, de benodigde kracht ook.

 

Zo werkt een woelvork

Je zet de woelvork recht in de grond. Daarna ga je met een voet (of beide voeten) op het voetstuk staan. Door je gewicht zakken de tanden in de grond. Dan zet je een stap achteruit en trek je met je volledige gewicht aan de stelen tot ze in een hoek van ongeveer 60 tot 45 graden staan. Niet lager, want dan werk je juist de diepere grond weer omhoog.

De hefboomwerking doet het meeste zware werk. De tanden van de woelvork maken de grond los en je bent klaar om een nieuwe steek te zetten.

Dat doe je ongeveer 25 cm achter de vorige steek en zo werk je het hele moestuinbed af. Zie hier een filmpje. 

 


Advies 2: Houd de bodem van uw volkstuin zo goed mogelijk bedekt.

Erg belangrijk, de zon beukt onbarmhartig de gehele dag op de klei. Als u geen maatregelen neemt wordt de toplaag keihard en ontstaan schuren waar uw hand in verdwijnt. Dat is vrij gemakkelijk te voorkomen door de grond regelmatig met de drietand door te halen, de teeloppervlakken met compost of blad (bv van de smeerwortel) te bedekken of er gewoon voor zorgen dat er regelmatig geplant en geoogst wordt.

 


Advies 3: Humus toevoegen.

Het humusgehalte in onze teeltlaag is verreweg de belangrijkste factor voor een goede teeltlaag. Humus is organisch materiaal in de bodem dat is ontstaan door ontleding van plantaardige en dierlijke afvalstoffen. Organische mest is heel belangrijk voor onze plantengroei. In de natuur blijft alle organische stof liggen, verteert en komt ten goede aan de planten die er staan.

In onze tuin halen de meesten van ons wekelijks der hark erdoor en wordt het 'afval' in de kliko gedumpt en/of op de composthoop gegooid. Deze organische stof kun je beter direct onderspitten of anderszins verwerken.

Humus maak je voor een groot deel zelf: op een composthoop. Bij ons op de tuin wordt veel te veel kostbaar organisch materiaal afgevoerd. Zonde van de tijd en energie. U kunt dat gemakkelijk zelf composteren.